Déconfiture van het recht
Het geschutter van Raadsheer Schalken en de ondergang van Kalbfleisch zijn tekens van een crisis in de rechtspraak. Het vertrouwen in de rechter als recht-vaardige, en van de rechterlijke macht als essentieel onderdeel van de Trias Politica staat op de tocht. Schalken zag er geen been in op een etentje in discussie te gaan over een beschikking tegen Wilders met een aankomend getuige-deskundige in de zaak tegen diezelfde Wilders. Kalbfleisch ging een stapje verder, hij regelde een rechter om een studievriendje uit de wind te houden in een civiel kort geding, zeer ten nadele van de familie Poot die uiteindelijk - toen het te laat was - gelijk bleek te hebben.
Het eerste probleem, dat van Schalken, is nog betrekkelijk overzichtelijk: een gebrek aan professionaliteit. Het lijkt me meer dan vanzelfsprekend dat een rechter onder geen enkele omstandigheid praat of schrijft over eigen of andermans vonnissen, niet in het openbaar, niet in besloten eetklupjes, of waar dan ook. Een rechter spreekt via zijn vonnissen of uitspraken en verder helemaal niet. Dan ontstaan er ook geen misverstanden. Een rechter hoort ook een flink dikke huid te hebben. Het meest beschamende rond de succesvolle wraking van de eerste rechtbank in de zaak-Wilders was nog het bericht dat de diverse rechters 'niet meer met elkaar praten bij de koffieautomaat'. Vervolgens liet de gewraakte rechter een vriendje (rechters hebben veel vriendjes, blijkbaar), tevens advocaat-generaal bij de Hoge Raad, een notitie liet schrijven dat hij toch echt wel gelijk had gehad, om dit geschrift vervolgens te laten uitlekken naar de krant.
Het op peil brengen van de rechterlijke professionaliteit is goed uitvoerbaar, al zal het niet gauw gebeuren. Het vereist een degelijke ethiek, het stellen van het systeembelang boven de eigen lange tenen, het verbieden van bijbanen en nevenfuncties (Kalbfleisch was als rechter nota bene commissaris bij een supermarktconcern dat aan Poot tegengestelde belangen heeft), dus ook van deeltijdrechters (de bijklussende universitair docenten en hoogleraren), en van zij-instromers (de vooral vrouwelijke advocaten die te hard moeten werken en dan overstappen naar de rechterlijke macht).
Het probleem bij Kalbfleisch zit veel dieper. Enerzijds zien we hier dat rechters, maar ook leden van het Openbaar Ministerie, zichzelf nogal eens boven de wet verheven achten. Sterker nog: ze zijn de wet. En, waar nodig, houden ze dispuutgenoten en anderszins 'ons soort mensen' buiten schot. Kalbfleisch' vriendje van Andel werd geholpen, veroordeeld frauderend vleeshandelaar de Kroes (ook al een vriendje van diezelfde Kalbfleisch) hoefde op onnavolgbare wijze zijn gevangenisstraf niet uit te zitten. (Oud-links had daar een woord voor: klassejustitie. In het actuele geval, 'ons soort mens' van Andel versus de tennishallenexploitant en evidente parvenu Poot).
Dit zijn geen incidenten, er is sprake van een systeemcrisis. Dit alles is bijzonder zorgwekkend.
