Derde weg
PvdA-aanvoerder Wouter Bos hield een opmerkelijke den Uyl-lezing waarin hij de "Derde Weg" evalueert. Hij neemt gaandeweg afstand van het gedachtengoed (van Clinton, Blair, Kok en Brown) dat hij zolang zelf als leidraad heeft omarmd.
Twee opmerkingen.
De sociaal-democratie was is op zichzelf al een 'derde weg', tussen socialisme en kapitalisme. Het streven naar een (meer) menselijke samenleving zonder de eigendomsverhoudigen aan te tasten, middels de 'countervailing power' van de overheid. Dat er nog weer een 'derde weg' tussen sociaal-democratie en kapitalisme zou kunnen bestaan, was a priori tamelijk onwaarschijnlijk, en bleek ook in de praktijk onmogelijk. In feite was de 'derde weg' een capitulatie voor het universele marktdenken, en hield het in de opheffing van de politiek als uitdrukking van volkssoevereiniteit. De ongebreidelde markt zou immers wel zorgen voor de welvaart, en ook voor de belastinginkomsten waarmee de Staat 'leuke dingen voor linkse mensen' zou kunnen doen. We weten nu wel beter: de 'geliberaliseerde' financiële sector leidde tot een enorme overheveling van rijkdom van de 'echte economie' naar de zakken van zeer weinigen, en uiteindelijk tot een wereldwijde crisis zonder weerga.
Dan is er nog de betekenis van Bos' toespraak. In 2006 propageerde Bos het 'Scandinavisch model': een flinke collectieve sector, een zeer flexibele arbeidsmarkt (minimaal ontslagrecht) in combinatie met een dijk van een sociale bescherming voor mensen die hun werk kwijtraken. Daarna werd van dit inzicht weinig meer vernomen, hoewel hier de sleutel voor een fatsoenlijke samenleving-met-behoud-van-kapitalisme ligt. Bos doet nu alsof met deze gedachte destijds de verkiezingen werden verloren, maar dat is een misvatting: de modale kiezer vernam nimmer iets van deze opvatting. In werkelijkheid werkt Bos nu mee aan de laatste fase van de agenda van Lubbers: in het kader van de komende bezuinigingsoperatie zullen ook de laatste restanten van de verzorgingsstaat worden opgeruimd.
De burger is bij voortduring verdrietig over het verlies aan collectieve voorzieningen, zo blijkt uit de diverse enquetes. Niemand is gelukkig met zijn 'marktwerking' in de stroomsector, en iedereen vraagt zich af waarom de overheid niet gewoon zorgt voor breedband-internet voor allen. Velen koesteren nog illusies over het 'vangnet' voor geval hun baan verloren gaan: in werkelijkheid kan een nieuwe werkloze het beste zijn eigen huis direct te koop te zetten. De pensioenen zijn dramatisch verlaagd, maar er is nauwelijks nog een pensioensgerechtigde die dat beseft.
En dan is er nog de AOW. Lager opgeleiden mogen dan een levensverwachting hebben die zes jaar lager is dan die van hoogopgeleiden, maar de politiek, met de PvdA en Bos voorop, vertelt deze mensen dat ze dóór moeten werken. Tot ze er bij neer vallen. Nooit werd het gebrek aan kennis en ervaring van de sociaal-democratie met de 'Alltag' van hun (voormalige) achterban zo duidelijk geëtaleerd als in de AOW-maatregel.
In werkelijkheid heeft de PvdA definitief afscheid genomen van haar achterban van 'arbeiders' en gekozen voor de middenklasse. Zeker vier miljoen kiezers zijn nu verweesd en twijfelen tussen de SP en Wilders.
