Het einde van de democratie?
Ad Verbrugge schreef een nagenoeg allesomvattende visie op tweehonderd jaar geschiedenis: in een aantal stappen heeft 'de burger' zich zover geëmancipeerd, dat hij een loszwevend individu geworden is in een wereld van kosmopolitisme. We moeten weer op zoek naar de 'plaatselijkheid' van het leven en de politiek moet daarin mee.
Verbrugge vertelt een prachtig verhaal, veel micro- en macro-ontwikkelingen vinden er een plaats in, maar er blijft iets onbevredigends knagen. Als die voortdurende emancipatie vanaf 1789 via 1848, 1917 en 1968 zo onontkoombaar leidt tot de volledig vrijgezongen burger en vervolgens het onbehagen van 2001 e.v. (Fortuyn en daarna), waar moet dan ineens die nieuwe oriëntatie op het plaatselijke (bijvoorbeeld het nationale) aspect vandaan komen?
Is er dan wel hoop? Misschien hebben de Goldman Sachsen van deze wereld, die vanaf een halfjaar na de meest onvoorstelbare financiële systeemcrisis de speculatiemachines alweer op volle toeren laten draaien en de bonuspools vullen als nooit tevoren wel gewoon gelijk. Er is blijkbaar geen 'plaatselijk' alternatief, niemand doet er iets aan. Is het einde van de maakbaarheid van de samenleving, van de politiek dus, werkelijk definitief?
De logica van dit emancipatieverhaal is eigenlijk teleologisch: het einddoel van die tweehonderd jaar was onvermijdelijk en is nu bereikt. Er is wel 'dialectiek' maar dan alleen van opvolgende generaties met de vorige:
"Het patroon is dat de tweede generatie ’dialectisch’ reageert op de voorafgaande en daarmee een volgende overgang voorbereidt.
De jaren van 1789 tot 1848 stonden in het teken van de juridische bevrijding van de staatsburger en het ontstaan van de centralistische natiestaat. De tweede periode tot 1910 behelsde de politieke bevrijding van de bourgeois, de sociale bevrijding van de burgermassa en de opkomst van de nationalistische staat. Van 1919 tot 1968 waren het algemeen kiesrecht, de politieke en sociale bevrijding van de burgermassa en het ontstaan van de nationalistische volksstaat de belangrijkste ijkpunten. En van 1968 tot 2001 hebben we te maken met het einde van de burgercultuur, de bevrijding van het individu en het ontstaan van de postmoderne globalistische verzorgingstaat."
In feite was steeds sprake van dialectiek binnen die historische periodes. Actie en reactie. Marx, nietwaar. Onze unieke patriotten met hun hoogst moderne grondwet van de Bataafse Republiek -die een monument verdient - verloren na de Franse tijd ten gunste van een tweetal abjecte, muffe grondwetten waarin de reactie in de eerste Republiek van Europa alsnog een van God gegeven koningshuis aan de macht bracht. De opkomst van liberalisme en arbeidersbeweging werd vervolgens vanaf 1900 zeventig jaar lang gesmoord in verzuiling, godsdienstige bevoogding, worgwetten, zedenprekerij en algehele bekrompenheid.
Onder dreiging van socialistische verlokkingen kwam de verzorgingsstaat - de collectiviteit die zorgt voor wie niet voor zichzelf kan zorgen - van de grond, en daarna maakte de babyboom een tijdelijk einde aan alle autoriteit. Ogenschijnlijk, want tenslotte zette een wereldwijde reactie van anti-belastingbetalers en egoïsten een bijzonder succesvolle aanval in op deze verworvenheden, in een strijd tegen 'statism' waarin de collectiviteit tot probleem in plaats van het antwoord op problemen werd gezien. "There is no such thing as society" - dixit Thatcher.
Misschien omdat we midden in weer in de buurt komen van een overgang neemt de verwarring toe en tekent zich nog weinig helderheid af. De neiging is nu nog, bij gebrek aan beter en meer, de waarden van het recente verleden te willen herstellen: de collectieve zorg voor elkaar en gemeenschapszin van de jaren '60 en het libertaire élan - 'het is verboden te verbieden' - van de culturele revolutie van '66-'74. Er is in elk geval immense weerzin tegen de afbraak van de collectieve arrangementen, en tegen de eindeloze stroom verboden (zoals rookverbod en gloeilampverbod), repressie en controle (afluisteren, clickregistratie, flitskasten) en verstikkende regulering (vooral vanwege 'groene' belangen).
We hebben in elk geval geleerd dat deze weerzin niet beantwoord kan worden met neo-liberalisme of -conservatisme. Het afschaffen van de overheid is niet het antwoord gebleken, want uiteindelijk moest diezelfde overheid - op onze kosten - de wereld redden. Dus moeten de burgers de overheid terugveroveren op de elites, de technocraten, de kosmopolieten, de EU-fans, de klimaatpanici en de allesdichtregelaars.
Op dit moment is het front dat hier opereert zeer divers: de SP, een zeer spaarzame sociaal-democraat, een stuk of wat VVD'ers, Verdonk, en - vooral - Wilders. In het CDA zit nog steeds nogal wat boerenverstand, maar dat refereert meer aan het verleden dan dat er toekomst in zit: als ze de kans krijgen gaan de winkels weer om zes uur dicht en de naaktstranden op slot.
Wilders als progressief breekijzer. Redder van de AOW. Interessante tijden.

3 Comments:
Ik ben een fel voorstander van het opheffen van de collectieve voorzieningen (de tegenstanders zijn honingjunks of saaimannen daar red je sowieso geen natie mee) maar in dit geval kies ik natuurlijk graag voor plan Wilders. Ik snap wel waar hij de financiering vandaan wil halen en dat is in deze situatie meer dan uitstekend. Wilders verrast telkens weer door verstandig te zijn, wat wil je nog meer, niet saai maar verstandig. Dat is wat we nodig hebben.
weinig woorden over de invloed van economie. De afgelopen 200 jaar was het Westen het centrum van groei, dat is voorbij. De huidige crisis zou wel eens bepalend voor de komende 50 jaar of langer kunnen zijn.
We hebben een proces van globalisering achter de rug, waarbij landen als China de winnaar zijn. Het Westen dacht er ook van te profiteren omdat de economie en werkgelegenheid ook hier bleven groeien, een win-win situatie dus. Naar nu blijft was onze groei voor een groot gedeelte nep, gebaseerd op schulden. Zolang assets bleven stijgen en de economie aanjaagde en banken en China geld bleven lenen, leek het alsof de schuldengroei niet uitmaakte, nu die zeepbel is doorgeprikt (assets zullen blijven dalen) blijven we met schulden en een groeimotor die kapot is achter in het Westen. En de werkeloosheid loopt op. Het meest schokkende cijfer van deze week: De VS heeft alle banengroei van de afgelopen 10 jaar verloren in de huidige crisis tot nu toe. Nieuwe banen zullen er niet snel komen, en de banen nu in Azie komen niet terug, het globaliseringssprookje is uit voor ons. Wat nu?
dit interview met James Goldsmith uit 1994 voorspelt de gevolgen van globalisering voor onze werkgelegenheid, in het interview zit een reactie van iemand van de Clinton regering die precies zegt wat we allemaal dachten of hoopten: het is win win, want onze economie groeit ook. Maar naar we nu leren, dat was groei met geleend geld.
http://solari.com/blog/?p=3309
Dat stuk van Ad Verbrugge verklaarten verheldert niks. Vanaf 1789 voortschrijdende bevrijding! Ja, dat wisten we al, dat dat de trend was. Verbrugge preciseert met een handboek geschiedenis erbij nog even om welke groepen het ging. Ja, dat wisten we globaal allemaal óók wel."Visie"? Mwah.
Wat in de huidige krisis besproken moet worden is de kwestie van Waarden en Waardengemeenschappen. Hoe vormen die zich? Op welke basis? Bij gebrek aan beter en aan fundamenteel inzicht zou ik zeggen: de natiestaat. Een oud en beproefd recept waarvan we de gevaren en de feilen kennen. Wij vragen: wat is Nederland? In Europa? In de wereld? Dat is al moeilijk genoeg. Als we tijd van leven hebben, komen we al levend, vragend en beantwoordend in de loop van de komende 200 jaar een stuk verder.
Een reactie plaatsen
<< Home