Enkele lezers met historisch besef wijzen op de SP-brochure "Gastarbeid en Kapitaal" uit 1983, en de reactie daarop van de onvergetelijke vrijdenker en anarchist
Anton Constandse. Het dossier bevindt zich
hier.
De SP was destijds nog een bijzonder kleine beweging, met niet meer dan enkele raadzetels in Brabant, maar wel voldoende aanwezig in de volkswijken om te zien dat het met de gastarbeiders en de gezinshereniging die toen net op gang kwam helemaal niet goed ging, met name als het ging om Turken en Marokkanen, en dat het minderhedenbeleid volledig faalde.
Een paar citaten:
"Een zeer groot deel van hun manier van leven vloeit voort uit het islamitiese geloof. Islamieten vinden dat de kultuur een onderdeel is van hun geloof. En hun geloof schrijft nu eenmaal erg veel geboden en verboden voor die het dagelijks leven raken. In de landen van herkomst is alles ingesteld op de rituelen die met hun geloof samenhangen. De kombinatie van afkomst, zeden en gewoonten, én het grote verschil in kultuur en ontwikkeling, maken dat speciaal de gastarbeiders en hun gezinnen die uit islamitiese landen afkomstig zijn, weinig of hoegenaamd geen kontakt krijgen met Nederlandse arbeiders en hun gezinnen met wie zij samen werken en wonen.Alle mogelijke andragogen, zoals daar zijn maatschappelijk werkers, opbouwwerkers, buurt- en klubhuiswerkers, maar ook politici, juristen, antropologen, theologen - meestal in dienst van de talloze stichtingen die voor het welzijn van gastarbeiders zeggen te werken - doen alsmaar een beroep op die Nederlanders die op wat voor manier dan ook worden gekonfronteerd met de kultuur van hun buitenlandse buren en mede-arbeiders. Die mensen moeten volgens de meeste van die zich deskundig noemende hulpverleners, zich meer aanpassen bij de situatie die nu eenmaal ontstaan is. Zij moeten meer begrip tonen en sommigen, zoals ex-burgemeester André van der Louw, zeggen dat het feit dat er zoveel gastarbeiders in een wijk wonen, een verrijking is van de kultuur. Hij heeft er nooit bij verteld waaruit die verrijking dan wel mag bestaan. Dat kon hij ook niet vertellen, hij verdiende als burgemeester 220.000 gulden per jaar en woonde in een huis en een buurt waarin men nog nooit een gastarbeider heeft gezien."
"Wat de uitingsvormen van hun geloof in de praktijk betekenen, leert ons het verhaal van Nazim Ozturk. "Hij leeft de wetten van de Islam na. Nazim eet en drinkt niets tijdens de Ramadan (de vastenmaand waarin tussen zonsopgang en zonsondergang onthouding van spijs en drank is geboden). De laatste keer is hij daar ziek van geworden. Hij was te zeer verzwakt om zijn zware lichamelijke werk te verrichten. Nazim is havenarbeider in de Rotterdamse haven.''
Hoewel het hierboven geciteerde boekje verder geen kommentaar geeft, is het naar onze mening onverantwoordelijk voor een zó gelovige Turk werk te verrichten in de Rotterdamse haven. Tenslotte werkt hij daar niet alleen en met een verzwakt lichaam kan het ook levensgevaarlijk worden voor zijn medearbeiders.Verder vermeldt het boekje nog van Nazim dat``hij nooit zal wennen aan de Nederlandse kultuur. Vooral de vrijere positie van de vrouw in de Nederlandse samenleving is een doorn in zijn ogen. Zo'n vrije positie zal hij de vrouwen en meisjes in zijn familie nooit toestaan. Hij is hier voor hen strenger dan hij in Turkije zou zijn.
''Met dit laatste citaat zijn wij aangeland bij de kinderen van de gastarbeiders. Die hebben het in Nederland nog zwaarder dan hun ouders. Onderwijzend personeel vertelde ons dat het zeer moeilijk is op te boksen tegen de zeden en gewoonten welke de kinderen thuis voorgeschoteld krijgen.
Aan de ene kant vinden de ouders dat hun kinderen op school niet streng genoeg (lees hardhandig) worden behandeld, aan de andere kant trekken zij zich weinig aan van de adviezen die de leerkrachten geven, vooral met betrekking tot vervolgopleidingen na de lagere school.Dikwijls komt dat omdat men toch alsmaar speelt met de gedachte naar Turkije of Marokko terug te keren. En wat hun dochters aangaat, daar vinden velen van dat ze toch spoedig zullen moeten trouwen."
"De regering, gemeentebesturen en professionele hulpverleners hadden uiteindelijk maar één boodschap aan de Nederlandse samenleving: begrip, aanpassing aan de nieuwkomers en bij enig verweer van de autochtone bevolking gebruikten of schermden zij al heel snel met "diskriminatie''. "Diskriminatie'' is waarschijnlijk ook wel het enige Nederlandse woord dat bijna iedere buitenlander geleerd is. Of zij de betekenis ervan kennen, is voor ons onduidelijk gebleven. In ieder geval hebben zij dat woord zo dikwijls van alle mogelijke, misschien wel goedwillende, hulpverleners gehoord dat zij het te pas en te onpas zijn gaan gebruiken in alle voorkomende situaties."
Lees de hele
brochure maar eens door. 1983!
De SP stelde dit voor:
"Zowel voor de buitenlanders, als voor de met hen wonende en werkende Nederlanders, is het van het grootste belang de ``vlees-noch-vis-situatie'' om te zetten in een toestand waarvan iedereen weet wie en wat hij is. En waarvan iedereen weet wat hem te wachten staat. En wel als volgt: óf na verloop van een aantal jaren - wij denken aan twee jaar - de Nederlandse nationaliteit aannemen, óf na verloop van de bovengenoemde tijd terugkeren naar het vaderland. Voor de mensen die op vrijwillige basis terugkeren, moet een dusdanige regeling worden getroffen dat het mogelijk wordt om in eigen land weer een bestaan op te bouwen."
Hoewel de term
politiek correct nog moest worden uitgevonden, viel geheel weldenkend links over het SP-partijtje heen. Dit speelde Janmaat in de kaart! Dit was racisme!
Constandse, die er een leven lang zijn gewoonte van maakte een eigen mening te hebben,
dacht daar in een reactie op deze discussie anders over:
"In de Nieuwe Linie van 2 en 9 april 1980 en deelnemende aan een televisie-uitzending van het Humanistisch Verbond (opgenomen 27 oktober 1981) heb ik gepleit voor integratie van die gastarbeiders, die in werkelijkheid immigranten zijn en nooit naar hun land blijvend zullen terugkeren. Ik wees de theorie af van de "twee culturen''. Onze civilisatie is zeer rijk aan variaties. Er zijn vijfhonderd godsdiensten, vele levens- en wereldbeschouwingen, maar het samenleven is slechts mogelijk door aanvaarding van één steeds in evolutie verkerend stelsel van regels omtrent het onderlinge sociale verkeer. In die zin behoort er één vrijzinnig patroon te zijn, waarin ieder kan funktioneren. De vermoede bijdrage daaraan van nieuwkomers, die soms nauwelijks alfabeten zijn, afkomstig uit dorpen met feodale structuren, wordt zeer overdreven. Maar zij zijn het, voor wie we uitzonderingen zouden moeten maken, omdat hun onderworpenheid aan religieuze machten, hun patriarchale opvattingen omtrent hun gezag over vrouwen en dochters, hun afkeer van geboortebeperking enz. gerespecteerd zouden moeten worden... terwijl wij zelf daarmee al lang geleden afgerekend hebben. Het enorme gevaar van dit standpunt is het dulden van ghetto's en het bestendigen van de voorwaarden van een onder-proletariaat, dat niet mee kan komen. Hun vaderland, semi-feodaal en dictatoriaal geregeerd (in Marokko met een vorst die zowel het wereldlijke als het geestelijke gezag vertegenwoordigt) krijgt de kans, zijn onderdanen in het buitenland te blijven controleren, door consuls, nagestuurde geestelijke leiders en taalleraren. Zulk een buitenlandse voogdij is in het verleden nooit ten aanzien van immigranten geduld. Het gevolg kan zijn dat de uit de islamitische wereld gekomen arbeiders (en hun kinderen, wat nog veel ernstiger is) de nederlandse taal niet goed leren door de remmingen van hun milieu, en moeilijker tot ontwikkeling komen dan de gemiddelde nederlandse arbeiders. De mythe van de twee culturen werkt in hun nadeel, vertraagt hun integratie en is schadelijk voor de toekomst van hun kinderen. Huichelaars zijn de begeleiders, die doen alsof deze arbeiders naar hun vaderland zullen terugkeren, en die tegelijk alles doen om hen hier te houden."
Bloedstollende en profetische teksten, bijna vijfentwintig jaar oud.