Verkeerd signaal?
Eerder schreef ik, hier en hier, over het zwijgen van links over "smalende godslastering" (art. 147 en 147a WvS) tijdens het als fundamentele Kamerdebat van vorige week over de grondrechten. Op 23 november 2004 stemden PvdA, SP en Groen Links tegen de motie-Lousewies van der Laan (D'66) om de godslastering af te schaffen, die ze enkele dagen eerder hadden gesteund en door Marijke Vos (Groen Links) zelfs mede was ondertekend.
Er werd nog wel iets gewisseld tussen minister de Graaf en Boris van der Ham van D'66. Uit het stenografisch verslag:
Minister De Graaf:
(...)
In eerste termijn zijn enkele opmerkingen gemaakt over godslastering. Minister Donner heeft een onderzoek aangekondigd naar de mogelijkheden voor verruiming van de strafbaarstelling van godslastering. Dit externe onderzoek zal medio dit jaar van start gaan en naar verwachting zal het in het begin van 2006 worden afgerond. Ik zeg met name tegen de heer Van der Ham dat ik tot nu toe nog geen serieuze argumenten heb gehoord om de strafwet op dit punt aan te scherpen. Of die argumenten er wel zijn zal moeten blijken uit het onderzoek dat door minister Donner is toegezegd.Het vrije debat is het belangrijkste middel om met dergelijke kritiek om te gaan. In de rechtspraktijk is op z'n zachtst gezegd nog niet gebleken van een grote behoefte om het huidige artikel over godslastering vaker toe te passen. Afschaffing van het huidige artikel is echter weer het andere uiterste en op dit moment zeker niet het meest gelukkige signaal. Ik wil het voor dit moment hierbij laten, zeker ook omdat u hierover te zijner tijd met minister Donner verder zult spreken naar het aanleiding van het onderzoek hiernaar.
De heer Van der Ham (D66): Daar gaat het natuurlijk wel over. U gaat later nog in op mijn bijdrage over wat in het publieke debat leidend moet zijn. In ieder geval kun je je afvragen waarom je een wetsartikel zou laten bestaan dat eigenlijk niet zo vaak wordt gebruikt. Je kunt dus ook de omgekeerde vraag stellen.
Minister De Graaf: Dat is op zichzelf een zeer boeiende vraag. Het strikt toepassen daarvan op de wetgevingspraktijk, bijvoorbeeld op alle plaatselijke politieverordeningen van alle gemeenten, zou een enorme schoonmaakactie kunnen opleveren. Weet u, vaak had wetgeving ooit een reden om te worden ontworpen en vaak leidt zij een sluimerend bestaan. Toch kan het nuttig zijn om die te hebben en ooit toe te kunnen passen. Bovendien kan het uit de wet halen van een artikel, al wordt het niet echt toegepast, symbolisch een slechte werking hebben. Al wordt het artikel over godslastering sinds een kleine veertig jaar niet gebezigd, ik ben van mening dat het eruit halen ervan wel eens een maatschappelijk ongelukkige betekenis kan krijgen, nu sinds enkele maanden een gevoelig debat wordt gevoerd. Dat beogen u en uw fractie ook niet.
De heer Van der Ham (D66): Het punt is natuurlijk dat je je moet afvragen welk moment daar wel geschikt voor is. Elk moment om iets af te schaffen, kun je als ongeschikt kenmerken. Dat is ook een kwestie van interpretatie en smaak, zou je bijna kunnen zeggen. Het is natuurlijk juist wel van belang voor dit debat over de pluriforme samenleving. Iedereen huldigt er opvattingen over, ook de religieuze leiders. Ik heb gezegd dat zij heel ver mogen gaan met het geven van hun opvattingen daarover. Dat is gelijk aan allerlei andere opvattingen. Dan is het toch heel logisch om te zeggen: "gelijke monniken, gelijke kappen, dat wetsartikel zondert iets uit, terwijl dat niet nodig is omdat het ook in andere wetsartikelen wordt geregeld"? Juist nu is het tijd om het af te schaffen.
Minister De Graaf: Voorzitter, ik zie wel of het debat in de Kamer nog tot moties of nadere discussies over godslastering leidt. Het lijkt mij op zichzelf niet vreemd om het onderzoek af te wachten dat collega Donner heeft aangekondigd. Dat kan ik alleen niet voor de Kamer beslissen."
Dus: er komt door Donner een onderzoek naar verruiming van het artikel, het onderzoek begint pas medio 2005 en er wordt pas ergens in 2006 over gerapporteerd. Hoezo hete aardappel?
En die moties of andere discussies kwamen er in het debat dus niet.
Het aankaarten van het afschaffen van het verbod op "smalende godslastering" in het kader van dit "echte debat over de grondrechten", dat Wouter Bos in november had aangekondigd bleef uit. Links zweeg. (Rechts overigens evenzeer: ook VVD en LPF hielden stijf hun mond dicht).
Maar nog even terug op de Graaf: het uit het strafrecht halen van het gewraakte artikel kon wel eens een "maatschappelijke ongewenste betekenis krijgen" in deze tijd dat er een "gevoelig debat" over wordt gevoerd. Opnieuw, het "verkeerde signaal".
Opnieuw (zie ook nog hier): in de nasleep van de moord op iemand die zijn mening uitte, en in een tijd dat het leven van twee kamerleden, een burgemeester en een wethouder direct wordt bedreigd vanwege hun standpunten, is het duidelijk maken dat de vrijheid van meningsuiting het fundament is van onze identiteit juist van maatschappelijk zeer gewenste betekenis, en derhalve het juiste signaal in de confrontatie tussen vrijheid en fanatisme. Op die duidelijkheid en de bijbehorende moed en rechte rug van de door ons gekozen politici zit de samenleving met smart te wachten.
